naar top

Column van de dorpscolumnist: "Warm aanbevolen"

18 september ’19 (wo)
Dorpsdichter Louis Alaerts publiceerde een nieuwe column.

Warm aanbevolen

De aarde warmt op! Wie daar nog aan twijfelde, is er de voorbije zomer wel van overtuigd geraakt. Wat een lange hete zomer al niet doet met onze kijk op de dingen. Een ijstijd lijkt ver weg.

Nochtans kent Tessenderlo al jaren een eigen ijstijd. Een ijstijd waarvan het begin samenvalt met het begin van de zomer. Het epicentrum ervan ligt in de lekdreef tegenover de abdij van Averbode. De lekdreef is, voor wie het niet zou weten, deels Loois grondgebied en de bekendste ijsjesplek van uren in het rond. Ze is de Chaussée d’Amour van de echte ijsliefhebber.

Elke zomer zakken duizenden mensen af naar deze befaamde dreef en haar crèmekarren. Trektochten naar de abdij zijn lektochten. In Looi likken ze immers geen ijsje maar ‘lekke ze ne krijm’. En waar het lekseizoen vroeger in de zomer begon, begint het de laatste jaren steeds vroeger. Meer en meer zie je mensen er zelfs in de winter een ijsje lekken. Het lijkt alsof ze een voorschot op de zomer nemen. Het is zoals met Sinterklaas en de Kerstman. Die stallen hun waren ook steeds vroeger uit en nemen zo in de zomer een commercieel voorschot op de winter. Er zijn geen seizoenen meer.

Ik vraag me soms af wat er nu eigenlijk eerst was: de lekdreef of de abdij. Ik denk de lekdreef. Het kan toch geen toeval zijn dat die paters van de abdij gekleed gaan in prachtige vanillewitkleurige habijten, de kleur van het populairste ijsje. God beproeft wie hij liefheeft, zegt men wel eens. Als dat waar is, moet God die paters wel erg liefhebben om ze in zo’n ijselijk lekkere omgeving met zoveel bekoringen neer te zetten. En je ziet ook dat de verleiding soms te groot is voor onze Norbertijnse vrienden. Sommige paters hebben, naar de omvang van hun habijt gemeten, méér dan de klassieke twee bolletjes opgelikt. Ik ben ervan overtuigd dat die paters, als ze ooit heilig verklaard worden, de echte ijsheiligen zijn. Of toch minstens ijsjesheiligen.

Van iemand die een hond heeft, zegt men wel eens dat die op zijn hond gelijkt. Ook in de crèmewereld is dat een bekend fenomeen. Waar bazen op hun hondjes lijken, lijken ‘lekkers’ op hun ijsje. De Rubensiaanse vrouwen en de dikbuikige heren gelijken op de ‘vierijsbollentorens’ die ze enthousiast oplikken. Barbiepopjes en afgetrainde sportmannen paraderen dan weer fier met een armzalig ‘éénijsbolhorentje’ in de hand. Twee mooie ronde bollen, niet te groot en niet te klein, dat is naar mijn mening de juiste maat. Dat wisten ze overigens op de Chaussée d’Amour in Sint-Truiden al veel vroeger.

Ik ben zelf geen crèmelekker. Dat komt omdat ik me als kind lang het hoofd gebroken heb over ijscrème. Toen ik acht jaar oud was, hoorde ik op Radio Luxemburg reclame voor ‘Campina IJs’. Die reclame eindigde altijd met de slogan ‘Campina IJs! Warm aanbevolen!’ Ik kende de uitdrukking ‘warm aanbevolen’ toen nog niet. Daarom heb ik lang met de vraag geworsteld waarom je iets dat koud moet gegeten worden warm zou aanbevelen. Dan smelt het toch? Ik moet er nog vaak aan denken als ik door de lekdreef wandel. Nee, crème is niet aan mij niet besteed.

Laatst las ik in een wetenschappelijk tijdschrift een artikel over het verschuiven van de klimaatgordels. Soms denk je dat wetenschap ver van je bed staat maar dat is niet zo. Die verschuiving kon je in Looi al langer merken. Waar het epicentrum van de Looise ijstijd zich tot voor een paar jaren situeerde in de lekdreef merk je nu een voorzichtige verschuiving ervan naar de Looise markt. Op kleine schaal weliswaar en met dank aan ijssalon Artistico. Als je op een zonnige zomeravond je wagen parkeert op de markt zie je binnen de kortste keren lekkende mensen. In de auto of op de motorkap gezeten, in het bushokje of op banken op het marktplein, overal zie je ijscrèmelekkende genieters.

De paters van Averbode zagen die verschuiving al vroeger aankomen. Goddelijke voorzienigheid heet dat. Om het commerciële gat van een mogelijk leeglopende lekdreef op te vullen, brouwden ze met succes nog snel even een abdijbier. En dat is iets wat ik wél lust. Dat Averbodens abdijbier is een lekker bier dat ik je warm kan aanbevelen. Alhoewel het best koud gedronken wordt.

Louis Alaerts

Elke maand vind je een ook nieuwe column met een scherpe beschouwing van Louis op de Facebookpagina van het cultuurhuis.

Nieuwsoverzicht
Dichter

Openingsuren & contact

cultuurhuis Tessenderlo

adres
Rodeheide 33980 TESSENDERLO
Tel. tel.
013 35 53 20
e-mail
cultuurhuis@tessenderlo.be
Vandaag:10.00-12.00 uur

cultuurhuis Tessenderlo
Rodeheide 3, 3980 TESSENDERLO
013 35 53 20

Lees meer artikels over