• Verwijder regelmatig afgevallen fruit, zodat het geen ziektes kan overdragen. Overrijpe peren en appels zijn trouwens ook een aantrekkingsbron voor wespen (zoetstof); • Houd onder de fruitbomen de grond vrij van alle onkruid. Deze onkruiden kunnen het voedsel verbruiken dat voor de vruchtbomen bestemd is; • Deze maand kunt u ook nog het volgende oogsten: appels, peren, pruimen, vijgen, bramen, ...; • Raap noten: okkernoten, tamme kastanjes, hazelnoten, ...; • Dien compost toe bij aardbeien. De vruchtzetting voor volgend jaar ontwikkelt zich in het najaar en geeft extra voeding; • Na de laatste oogst van frambozen kunt u de stengels die vruchten hebben gedragen tot aan de grond afsnijden. Volgend jaar verschijnen de frambozen dan aan de nieuw gevormde grondscheuten; • Verwijder de bladeren rond de druiventrossen. Druiven gaan sneller rijpen en zullen zoeter smaken door de inbreng van zonnestralen. Controleer de trossen regelmatig op zieke bessen zodat deze tijdig verwijderd kunnen worden; • Door kleef- of lijmbanden aan te brengen rond de stammen van fruitbomen, voorkomt u dat de vleugelloze wijfjes van de wintermot langs de stammen omhoog kruipen. Zodoende kunnen ze daar geen eitjes afzetten en voorkomt u in het voorjaar rupsen.Pas uitgekomen rupsen gaan de bladeren ernstig aanvreten. TIP Pluk appels en peren! Oogst ze voorzichtig. Gekwetste kunt u niet lang bewaren en nat geoogst fruit is vatbaarder voor rotting.
|