Gelet op de financiële toestand van de gemeente; Gelet op de geldende begrotingsonderrichtingen terzake; Gelet op het gemeentedecreet van 15 juli 2005; Gelet op de wet van 24 december 1996 betreffende de vestiging en de invordering van de provincie- en gemeentebelastingen, zoals gewijzigd; Gelet op de wet van 15 maart 1999 betreffende de beslechting van fiscale geschillen; Gelet op de wet van 23 maart 1999 betreffende de rechterlijke inrichting in fiscale zaken; Gelet op het Koninklijk Besluit van 12 april 1999 tot bepaling van de procedure voor de gouverneur of voor het College van Burgemeester en Schepenen inzake bezwaarschriften tegen een provincie- of gemeentebelasting; Overwegende dat er zich in de gemeente langs druk bezochte wegen waar de bevolkingstoeloop groot is, van jaar tot jaar steeds meer handelsuitbatingen vestigen in kramen, barakken, verplaatsbare wagens, houten stalletjes enzoverder om hun koopwaar aan te bieden; Overwegende dat zulke gelegenheden weinig of geen kadastraal inkomen hebben en bijgevolg hiervoor weinig of geen onroerende voorheffing betaald wordt; Overwegende dat het gaat om handelsuitbatingen, die niet deel uitmaken van een woning met kadastraal inkomen of van een bestendige handelszaak met eigen infrastructuur, en die niet betrokken zijn in officieel georganiseerde markten met verhuurde standplaatsen, kermissen of manifestaties met gemeentelijke toelating; Overwegende dat deze uitbatingen de vast-gevestigde handelaars in hun verkoop benadelen en bijgevolg de tewerkstelling en investeringen, zowel nieuwe als uitbreidingen in grote mate remmen; Overwegende dat deze manier van handel drijven een oneerlijke concurrentie is ten opzichte van de handelaars in vaste gebouwen die een aanzienlijke belasting betalen als onroerende voorheffing; Overwegende dat het de plicht is van de gemeente al het mogelijke te doen om de bestaande handelsuitbatingen en KMO’s te handhaven en nieuwe aan te trekken om zich hier te komen vestigen; Gezien zulke verkoopstanden urbanistisch de omgeving ontsieren; Gezien deze verkoopstanden verkeerstechnisch dikwijls een gevaar betekenen voor de weggebruikers; Overwegende dat de gemeente haar belasting zo evenwichtig mogelijk moet spreiden over alle handelaars;
BESLUIT:
Met 14 ja-stemmen en 10 neen-stemmen
Artikel 1 Er wordt met ingang van 1 januari 2008 voor een termijn die eindigt op 31 december 2013, een jaarlijkse belasting geheven op de handelsuitbatingen die: • tot doel hebben allerhande koopwaren te verkopen, hetzij op privé-eigendommen, hetzij op openbaar domein; én • geen deel uitmaken van een woning met kadastraal inkomen of van een bestendige handelszaak; én • niet betrokken zijn in officieel georganiseerde markten, kermissen of manifestaties met gemeentelijke toelating.
Artikel 2 Het geheel van belasting is verschuldigd voor kramen die een gans jaar open zijn. Voor kramen die openen en/of sluiten in de loop van het jaar, wordt de belasting bepaald à rato van het aantal maanden exploitatie. Wanneer de belastingplichtige een gans jaar werd aangeslagen, kan - op zijn verzoek - bij staking van zijn zaak door het College van Burgemeester en Schepenen ontlasting verleend worden voor de nog resterende maanden van het jaar. Verlof, sluitingsuren en sluitingsdagen komen evenwel niet voor aftrek in aanmerking.
Artikel 3 De belasting is verschuldigd zonder dat de betrokkene kan aanspraak maken op enig onherroepelijk recht van concessie, noch van erfdienstbaarheid op het openbaar domein. Integendeel, hij heeft de plicht om bij het eerste verzoek van de gemeentelijke overheid het toegestane gebruik op te heffen of te beperken en zonder daarom aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding. De betaling van de belasting brengt voor de gemeente geen enkele speciale toezichtstaak mee. Het gebruik gebeurt op eigen risico van de begunstigde van de machtiging en onder zijn verantwoordelijkheid.
Artikel 4 Het bedrag van de belasting wordt vastgesteld op € 17,30 per m² of gedeelte van m². De verschuldigde belasting wordt verminderd met het bedrag van de voor het dienstjaar betaalde onroerende voorheffing indien voor de kraam, barak, ... een kadastraal inkomen is vastgesteld. De maten van de kramen en dergelijke zullen gemeten worden op de meest uitspringende gedeelten, hetzij boven aan de top, hetzij onder aan de voet. Als belastbare oppervlakte wordt beschouwd de oppervlakte ingenomen door de ganse uitbating, stockageplaats en vaste luifel inbegrepen. Indien de uitbating beschikt over een beweegbare luifel is de oppervlakte onder deze luifel ook belastbaar indien er zich koopwaren bevinden of indien er een vloer is gelegd in hout of andere vaste materialen.
Artikel 5 De belasting is verschuldigd door de exploitant van deze handelsuitbating.
Artikel 6 De belastingplichtigen zijn verplicht de belastbare elementen op te geven overeenkomstig een formulier dat hen door het gemeentebestuur wordt toegezonden. Dit formulier moet vóór de erin vermelde datum teruggestuurd worden. Wie geen aangifteformulier ontvangen heeft of belastingplichtig wordt na de inzameling van de formulieren is niettemin verplicht vóór 31 december van het dienstjaar spontaan de nodige gegevens aan het gemeentebestuur te bezorgen om de aanslag te kunnen berekenen. Het eventueel ophouden van de belastbare toestand moet per aangetekend schrijven binnen de maand worden medegedeeld aan het gemeentebestuur.
Artikel 7 Bij gebrek aan aangifte, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, wordt de belasting ambtshalve ingekohierd. Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het College van Burgemeester en Schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd, en de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting. De belastingplichtige beschikt over een termijn van 30 dagen volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen. De ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar volgend op 1 januari van het dienstjaar. Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen. De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met 20 % en wordt ook ingekohierd.
Artikel 8 De overtredingen op de aangifteplicht van dit reglement worden vastgesteld door de beëdigde ambtenaren. De door hen opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel.
Artikel 9 Wanneer de belasting niet betaald is binnen de gestelde termijn worden de regels toegepast betreffende de nalatigheidintresten inzake de rijksbelastingen op de inkomsten.
Artikel 10 De kohieren worden vastgesteld en uitvoerbaar verklaard ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het dienstjaar door het College van Burgemeester en Schepenen. Het kohier wordt tegen ontvangstbewijs overgezonden aan de met de invordering belaste ontvanger die onverwijld instaat voor de verzending van de aanslagbiljetten. Deze verzending gebeurt zonder kosten voor de belastingplichtigen. Het aanslagbiljet bevat de verzendingsdatum en de gegevens vermeld in het kohier. Als bijlage wordt een beknopte samenvatting toegevoegd van onderhavig reglement.
Artikel 11 De eiser (of zijn vertegenwoordiger) kan tegen zijn aanslag een bezwaar indienen bij het College van Burgemeester en Schepenen binnen zes maanden vanaf de verzending van het aanslagbiljet of van de kennisgeving van de aanslag. Het bezwaarschrift moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk bij het College van Burgemeester en Schepenen ingediend worden. Het bezwaarschrift mag eveneens, tegen ontvangstbewijs, overhandigd worden aan het College van Burgemeester en Schepenen of aan het orgaan dat zij speciaal daarvoor aanwijst. Het wordt gedagtekend en ondertekend door de eiser of zijn vertegenwoordiger en vermeldt de naam, de hoedanigheid, het adres of de zetel van de belastingplichtige alsmede het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en middelen. Het College van Burgemeester en Schepenen of het orgaan dat zij speciaal daarvoor aanwijst, bericht schriftelijk ontvangst binnen acht dagen na de verzending of de indiening van het bezwaarschrift. De belastingplichtigen kunnen de verbetering aanvragen van materiële missingen, zoals dubbele aanslag, rekenfouten, enzoverder zolang de gemeenterekening van het dienstjaar waarop de belasting betrekking heeft, niet goedgekeurd werd.
Artikel 12 Deze verordening wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden. |